Corneatransplantatie

Bij wie wordt een corneatransplantatie uitgevoerd?

De cornea of het hoornvlies is het voorste, doorschijnende vlies van de oogbol, waarlangs de beelden het oog binnenkomen.

Een vervorming of vertroebeling van het hoornvlies kan ontstaan als gevolg van een vroegere operatie, een trauma, een oogontsteking of welbepaalde erfelijke oogaandoeningen (bijvoorbeeld keratoconus).

Wanneer deze vertroebeling of vervorming van de cornea te ver ontwikkeld is, kan het zicht niet meer verbeterd worden met behulp van brilglazen, contactlenzen of oogdruppels.

Om in die omstandigheden opnieuw het zicht te verbeteren, kan een corneatransplantatie worden uitgevoerd.

Een corneatransplantatie wordt meestal uitgevoerd wanneer het zicht geminderd is tot minder dan 30% of wanneer het oog te gevoelig of pijnlijk is geworden. Gemiddeld geeft een corneatransplatatie een zichtsverbetering van meer dan 50% , met regelmatig uitschieters tot meer dan 80%.              

Soorten corneatransplantatie?

Men moet een onderscheid maken tussen een totale corneatransplantatie en een gedeeltelijke (of lamellaire) corneatransplantatie.

Bij een totale corneatransplantatie wordt een schijfje van het centrale deel van de vertroebelde of vervormde cornea in de volledige dikte weggenomen en wordt een gelijkvormig schijfje van een donor-cornea in de plaats vastgehecht.

Bij een gedeeltelijke of lamellaire corneatransplantatie (ook DSAEK of Descemet Stripping Automated Endothelial Keratoplasty genoemd) wordt slechts de binnenste laag van de cornea weggenomen en vervangen. Op deze manier is een sneller herstel mogelijk en is ook de kans op complicaties lager.

Beide ingrepen kunnen onder lokale anesthesie worden uitgevoerd, maar worden meestal onder een algemene verdoving uitgevoerd en vereisen een ziekenhuisopname van een 3-tal dagen.

Wat is het risico op afstoting?

Wanneer wordt besloten om een corneatransplantatie uit te voeren, komt men op een wachtlijst van de weefselbank te staan. Vόόr een donor-cornea door de weefselbank wordt vrijgegeven voor gebruik, wordt deze onderworpen aan verschillende strenge tests met betrekking tot de helderheid en kwaliteit en de steriliteit. Enkel de donor-corneas die voldoen aan de opgestelde criteria mogen gebruikt worden voor een transplantatie.

Van alle transplantatieoperaties heeft een corneatransplantatie het laagste risico op een afstotingsreactie omdat een donorcornea geen bloedvaten bevat.

Toch blijft het risico op een afstoting bestaan. Symptomen van een afstotingsreactie zijn: roodheid, een krassend gevoel, plots verminderd zicht en lichtgevoeligheid. Wanneer er zich een afstotingsreactie voordoet, kan deze door middel van oogdruppels worden behandeld. Wanneer de afstotingsreactie echter te ver is gevorderd, of wanneer de transplantatie na verloop van tijd haar helderheid verliest, kan een nieuwe corneatransplantatie worden uitgevoerd.

Hoe lang duurt de genezing van een corneatransplantatie?

Een corneatransplantatie heeft een langere genezingsduur dan de meeste andere oogoperaties: meestal wordt pas na meerdere maanden (soms zelfs 1 jaar na de ingreep) een definitief herstel van het zicht bereikt.

Een corneatransplantatie vereist geduld en een intensieve nazorg: tot 1jaar na de operatie moeten oogdruppels worden ingedaan om infectie en afstoting te voorkomen.

Enkele maanden na de ingreep zal gestart worden met het wegnemen van de hechtingen. Dit gebeurt onder druppelverdoving bij de routine controle.

Ook moet men rekening houden met het feit dat een cataractoperatie, een refractieve laseroperatie of het aanpassen van een contactlens noodzakelijk kunnen zijn om een finale verbetering van het zicht te bekomen.

Contact & locatie

Taxanderlei 13
2900 Schoten

Tel.: 03 658 80 87
zeyen.cosemans@skynet.be

Routebeschrijving

Afspraak maken

Maand-dinsd-donderd-vrijd : van 8.30u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u

Op andere momenten wordt u voortgeholpen via een telesecretariaat.

U kan ons online bereiken via Contact