Behandeling

Wat is cataract?

Cataract, ook wel staar genoemd, is het troebel worden van de ooglens. De ooglens ligt achter de iris (het regenboogvlies) en heeft als taak de binnenvallende beelden scherp te stellen op het netvlies (de retina). Vanuit het netvlies wordt deze beeldinformatie via de oogzenuw doorgestuurd naar de hersenen, waar het uiteindelijke beeld tot stand komt.


Symptomen bij cataract

Wanneer de lens vertroebelt, gaat ook de scherpte van het beeld achteruit. Dingen worden waziger of doffer waargenomen, en er kan hinder ontstaan van verstrooid licht, schaduwvorming en soms zelfs dubbelzien.

Cataract komt doorgaans pas na het zestigste levensjaar voor en ontwikkelt zich meestal langzaam, over een periode van jaren. Daardoor merken patiënten de achteruitgang van hun zicht niet altijd zelf op.

Cataract

Hoe ontstaat cataract?

In zeldzame gevallen is cataract aangeboren, of het ontstaat door het gebruik van bepaalde medicijnen (zoals cortisone), door aandoeningen als diabetes, of als gevolg van een verwonding, een ooginfectie of een eerdere oogoperatie. In meer dan 90% van de gevallen is cataract echter simpelweg een gevolg van veroudering.

Hoe snel cataract zich ontwikkelt, verschilt van persoon tot persoon, en kan zelfs verschillen tussen het linker- en rechteroog van dezelfde patiënt.

In een vroeg stadium kan een aanpassing van de brilsterkte het zicht bij cataract nog verbeteren. Op termijn biedt echter alleen een cataractoperatie nog uitkomst.

Heb ik cataract, en is een operatie nodig?

Om cataract vast te stellen, meet de oogarts uw gezichtsscherpte en onderzoekt hij uw ogen met de spleetlamp. Zo kan bepaald worden of er cataract aanwezig is en in welke mate. Bijkomend onderzoek van netvlies en oogzenuw brengt de algemene gezondheid van het oog in kaart, wat mee de vooruitzichten van een eventuele ingreep bepaalt. Samen met uw oogarts wordt vervolgens beslist of een operatie op dit moment aangewezen is, of dat deze nog kan wachten.

Zodra besloten wordt tot een operatie, volgen nog bijkomende metingen om de juiste sterkte van de te implanteren kunstlens te bepalen. Deze metingen tonen ook aan of u in aanmerking komt voor een multifocale of torische kunstlens.

De ingreep

Voorbereiding op de operatie

Meestal gebeurt een cataractoperatie onder verdoving met druppels, al is een korte, lichte narcose ook mogelijk indien gewenst. Bij plaatselijke verdoving krijgt de patiënt doorgaans een kalmerend middel, eventueel aangevuld met lichte sedatie via een infuus. Het stopzetten van bloedverdunners is slechts in uitzonderlijke gevallen nodig.

In de voorbereidingsruimte wordt eerst een klein korreltje in de onderste oogplooi geplaatst om de pupil te verwijden, gevolgd door een verdovend en ontsmettend druppeltje. Eenmaal in de operatiezaal zorgt het verplegend team ervoor dat u comfortabel ligt, met het hoofd in een aangepaste steun — indien nodig aangevuld met kussens onder nek of benen. Na verdere ontsmetting van oog en huid wordt een steriele doek als een tentje over het hoofd gelegd, waarbij voortdurend zuurstof wordt toegevoerd zodat u zich niet benauwd voelt. Een ooglidhouder zorgt ervoor dat u niet kunt knipperen, en de chirurg zal u vragen naar een fixatielampje in de microscoop te kijken.

Gedurende de hele ingreep bewaakt de anesthesist uw vitale functies, en via een infuus kan indien nodig medicatie toegediend worden (bijvoorbeeld bij een bloeddrukstijging).

Verloop

De chirurg maakt één kleine incisie van ongeveer 2 mm, aangevuld met een of twee hulpincisies van 1 mm.

Na deze incisies wordt een opening gemaakt in de kapselzak. Via een sonde die ultrasone trillingen afgeeft, wordt de vertroebelde lens in kleine stukjes verdeeld — een techniek die phako-emulsificatie heet — waarna deze fragmenten via dezelfde sonde worden weggezogen.

Met irrigatie- en aspiratie-instrumenten worden overgebleven resten uit de kapselzak verwijderd, tot deze volledig zuiver is. Via de hoofdincisie brengt de chirurg vervolgens de kunstlens in en verankert deze in de kapselzak. Het oog wordt nogmaals grondig gespoeld, waarna antibiotica worden toegediend en gecontroleerd wordt of alle incisies goed gesloten zijn. Een hechting is slechts zelden nodig.

Na de operatie

Dankzij de huidige technieken — kleine incisies, phako-emulsificatie en plooibare lenzen — mag doorgaans een vlot herstel en snelle verbetering van het zicht verwacht worden.

Na afloop van de ingreep wordt zalf in het oog aangebracht en een verband of oogschelp geplaatst ter bescherming. Hierdoor zal u de dag van de operatie zelf nog weinig zien. Zelf met de auto naar huis rijden is dan ook niet toegestaan — voorzie dus een chauffeur. Een licht schrapend gevoel op de dag zelf is normaal.

De dag na de ingreep start u met het toedienen van oogdruppels. Deze bevorderen de genezing en beschermen het oog tegen infectie. In overleg met uw oogarts worden deze druppels de weken nadien geleidelijk afgebouwd.

De beschermende oogschelp draagt u best 's nachts, gedurende de eerste week na de ingreep.

Een eerste controle vindt plaats daags na de operatie, met een volgende afspraak ongeveer een maand later.

In de meeste gevallen — afhankelijk van het type ingeplante lens — zal na de operatie alsnog een bril nodig zijn. Deze wordt voorgeschreven bij de laatste controle, zodra het geopereerde oog voldoende gestabiliseerd is. Indien gewenst kan eerder al een tijdelijke bril aangemeten worden.

Risico's

Dankzij de steeds verfijndere operatietechnieken komen complicaties na een cataractoperatie tegenwoordig maar zelden voor, en zijn ze doorgaans goed behandelbaar.

Mogelijke complicaties zijn onder meer infectie, een verhoogde oogdruk en problemen ter hoogte van het netvlies (zoals maculair oedeem, een netvliesscheur of loslating). Patiënten die al vóór de operatie oogproblemen of algemene gezondheidsklachten hadden, lopen een groter risico op complicaties.

Bij toenemende pijn, roodheid of een verslechterend zicht aan het geopereerde oog, neemt u best zo snel mogelijk contact op met de spoeddienst van het ZAS Cadix of met de privépraktijk.


Nastaar (secundair cataract)

Nastaar, ook wel secundair cataract genoemd, is het vertroebelen van de achterwand van de kapselzak waarin de kunstlens zich bevindt. Dit ontstaat doordat achtergebleven cellen deze achterwand gaan bedekken, en kan zich voordoen van enkele maanden tot enkele jaren na de operatie.

Deze aandoening is snel, veilig en pijnloos te verhelpen met een Yag-laser capsulotomie, waarbij een laserstraal een opening maakt in de achterwand van de kapselzak. De behandeling duurt slechts enkele minuten en gebeurt ambulant tijdens een raadpleging.

Cataract