Diabetes en het oog
Wie al jaren met diabetes leeft, loopt het risico dat de kleine bloedvaten in het netvlies geleidelijk beschadigd raken. Deze aandoening heet diabetische retinopathie. Ze ontwikkelt zich traag en blijft vaak lang onopgemerkt, waardoor regelmatige oogcontroles zo belangrijk zijn.
De behandelingen
Diabetische retinopathie
Niet-proliferatieve diabetische retinopathie
Niet-proliferatieve diabetische retinopathie is het beginstadium. In een vroege fase zien we kleine bloedingen t.h.v. het netvlies of microaneurysmata (kleine uitgezette bloedvaatjes), hier spreken we dan van een milde niet proliferatieve diabetische retinopathie. Een behandeling is in dit stadium meestal niet nodig. Wel adviseren we om het netvlies minstens één keer per jaar te laten controleren, zodat we elke evolutie tijdig opmerken. Naarmate de aandoening vordert zien we steeds meer bloedingen en microaneurysmata en kan er stilaan zuurstoftekort t.h.v. het netvlies ontstaan.
Proliferatieve diabetische retinopathie
Proliferatieve diabetische retinopathie is een gevorderd stadium. Door zuurstoftekort in het netvlies maakt het oog de groeifactor VEGF (vasculaire endotheliale groeifactor) aan. Die zet het lichaam aan tot de vorming van nieuwe, abnormale bloedvaatjes. Deze vaatjes zijn broos en kunnen gemakkelijk scheuren waardoor bloedingen in het glasvocht, de heldere gel die het oog opvult, ontstaan. Andere gevolgen zijn een netvliesloslating, glaucoom en andere ernstige problemen. Zonder behandeling kan deze vorm leiden tot blindheid.
In elk stadium van de ziekte kan zich diabetisch maculair oedeem ontwikkelen. Hierbij hoopt vocht zich op in de macula, de gele vlek in het midden van het netvlies die instaat voor ons scherpe zicht. Typische klachten zijn een daling van de gezichtsscherpte en vervormd zicht (metamorfopsie), bijvoorbeeld rechte lijnen die golvend lijken.
Voor de diagnose en opvolging van diabetische retinopathie en maculair oedeem gebruiken we verschillende onderzoeken.
Spleetlamponderzoek en oftalmoscopie
Met de spleetlamp bekijken we de voorzijde van het oog. Zo kunnen we abnormale bloedvaatjes op de iris (rubeosis iridis) en diabetescataract opsporen, en meten we de oogdruk. Met een speciale lens onderzoeken we vervolgens het netvlies op bloedingen, microaneurysmata en maculair oedeem.
OCT (oculaire coherentietomografie)
Deze scan maakt een gedetailleerde doorsnede van het netvlies. Ze is vooral waardevol om maculair oedeem op te sporen en om na te gaan hoe goed het oedeem op de behandeling reageert.
Fluoresceïne-angiografie
Na inspuiting van een kleurstof in de arm brengen we de bloedvaten van het netvlies in beeld. Zo zien we afwijkingen aan de vaatjes, retinale ischemie (het zuurstoftekort dat de aanmaak van VEGF op gang brengt) en oedeem.
Behandelingsmogelijkheden bij diabetes
Het doel is het zicht te verbeteren, maar vooral om verdere achteruitgang te vermijden. Dit gebeurt met intravitreale injecties in het oog, met anti-VEGF of met corticosteroïden.
Hier behandelen we het perifere netvlies met laser. De broze bloedvaatjes die voor bloedingen zorgen, worden zo dichtgeschroeid en de zones waar veel zuurstoftekort is worden rustig gehouden. Is de ziekte al te ver gevorderd of is er een bloeding in het glasvocht (glasvochtbloeding), dan is een operatie nodig, een zogenaamde vitrectomie.
Zonder behandeling kan proliferatieve diabetische retinopathie leiden tot glaucoom, cataract, glasvochtbloeding en netvliesloslating, en uiteindelijk tot blindheid. Ook diabetisch maculair oedeem dat lang aanhoudt, kan ernstig zichtverlies of blindheid veroorzaken.