Droge ogen
Het droge-ogensyndroom behoort tot de meest voorkomende oogaandoeningen en kan zich uiten in klachten die uiteenlopen van een licht geïrriteerd gevoel tot aanhoudend pijnlijke, rode ogen, en in ernstige gevallen zelfs verlies van zicht.
De aandoening vindt haar oorsprong in een probleem met de traanfilm. Deze traanfilm zorgt voor de natuurlijke bevochtiging en smering van het oogoppervlak, en fungeert niet enkel als beschermend schild tegen invloeden van buitenaf, maar speelt ook een essentiële rol in een scherp zicht.
Behandeling van droge ogen
De traanfilm
De traanfilm vormt een stabiele beschermlaag over het volledige buitenoppervlak van het oog, die het oog afschermt van de talrijke externe prikkels waaraan het voortdurend wordt blootgesteld. Ze smeert het oogoppervlak, voert vuil af via de traankanalen, en vervult daarnaast een belangrijke rol in het scherpstellen van beelden.
Deze film is opgebouwd uit drie lagen:
- Een buitenste, olieachtige (lipide) laag die verdamping van de traanfilm tegengaat
- Een middelste, waterige laag afkomstig van de traanklier
- Een binnenste, slijmerige (muceuze) laag die de traanfilm goed doet hechten aan het oogoppervlak
Oorzaken
Bij patiënten met droge ogen ligt de oorzaak ofwel bij een tekort aan geproduceerd traanvocht, ofwel bij een verstoorde samenstelling van de traanfilm zelf, waardoor deze haar functies niet meer naar behoren kan vervullen.
Doorgaans is het droge-ogensyndroom het resultaat van een samenspel tussen omgevingsfactoren (zoals droge lucht, airconditioning en luchtvervuiling) en factoren eigen aan het lichaam, waaronder:
- Allergieën
- Schildklieraandoeningen
- Bepaalde medicatie, zoals orale anticonceptiva, antihistaminica, bètablokkers, slaapmiddelen, psychofarmaca en pijnstillers
- Blefaritis (ontsteking van de ooglidrand)
- Hormonale schommelingen, bijvoorbeeld door zwangerschap, menopauze of het ouder worden op zich
- Een verminderde knipperfrequentie, onder meer bij langdurig schermgebruik (het zogenaamde computer vision syndroom) en bij de ziekte van Parkinson
- Voorgaande oogchirurgie
- Auto-immuunaandoeningen, zoals het syndroom van Sjögren
- Aangezichtsverlamming
- Herpesinfecties
- Diabetes
Symptomen
Droge ogen kunnen zich op verschillende manieren manifesteren, maar een tranend oog behoort tot de meest voorkomende klachten. Dit lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar wordt verklaard doordat een gebrekkige traanfilm bij irritatie de hersenen aanzet tot het aanmaken van reflextranen. Deze reflextranen verhelpen het onderliggende probleem echter niet, en zorgen vaak zelfs voor extra hinder.
Bijkomende symptomen zijn onder meer:
- Roodheid van de ogen
- Vermoeide ogen
- Een schrapend, "zanderig" gevoel
- Een stekende sensatie
- Wisselend zicht
- Vaker moeten knipperen
- De neiging om in de ogen te wrijven
- Toegenomen gevoeligheid voor licht
Onderzoek
Naast een grondige bevraging van voorgeschiedenis en klachten, bestaan er verschillende snelle en pijnloze tests om het droge-ogensyndroom vast te stellen. Deze onderzoeken brengen zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van de traanfilm in kaart, sporen eventuele bijkomende afwijkingen op (zoals blefaritis), en brengen de schade aan het oogoppervlak door het traanfilmtekort in beeld.
Maak een afspraak
Behandeling van droge ogen
Mits een goede therapietrouw kunnen de meeste patiënten met droge ogen normaal functioneren, met weinig tot geen klachten. Gezien het chronische karakter van de aandoening is volledige genezing echter niet mogelijk, waardoor de behandeling vaak levenslang moet worden voortgezet.
De hoeksteen van de behandeling is het regelmatig gebruik van kunsttranen, verkrijgbaar in uiteenlopende samenstellingen en concentraties — als druppels, gel of zalf. Vaak is het een kwestie van uitproberen welk type of welke combinatie van kunsttranen, eventueel aangevuld met medicatie, het beste resultaat oplevert voor de individuele patiënt. Soms worden kunsttranen bereid uit het eigen bloedserum, dat van nature biologisch actieve stoffen bevat die ook in de natuurlijke traanfilm voorkomen.
Andere behandelopties omvatten het afsluiten van de traankanalen met plugs, evenals het gebruik van voedingssupplementen of geneesmiddelen zoals cortisone, antibiotica, cyclosporine of insuline.