Wat is glaucoom?
Glaucoom is een aandoening van het oog waarbij de vezels van de oogzenuw stap voor stap beschadigd raken en afsterven. Deze vezels ontspringen uit het netvlies en zorgen voor de doorgifte van visuele prikkels naar de hersenen.
Een veelvoorkomend misverstand is dat glaucoom hetzelfde zou zijn als een te hoge oogdruk. Dat klopt maar ten dele: de oogdruk is weliswaar de grootste risicofactor, maar zeker niet de enige. Ook leeftijd, etnische afkomst, bijziendheid, bepaalde bloeddrukmedicatie, diabetes en erfelijke belasting spelen een rol. Sterker nog, glaucoom kan zich ook ontwikkelen bij mensen met een volkomen normale oogdruk.
De aandoening is een van de voornaamste oorzaken van blindheid in de westerse wereld. Ondanks een groeiende bekendheid lopen nog steeds heel wat mensen ongemerkt rond met glaucoom. Het goede nieuws: mits vroegtijdige opsporing, een gepaste behandeling en regelmatige opvolging, leidt glaucoom slechts zelden tot ernstig verlies van het zicht.
Behandelingsmogelijkheden
Waarom glaucoom zo verraderlijk is
Doordat de zenuwvezels afsterven, gaat geleidelijk het perifere (zij-)zicht verloren — dat is wat je waarneemt rondom het punt waar je naar kijkt. Dit proces verloopt meestal zo traag dat de patiënt er zelf lange tijd niets van merkt. Anders dan bij veel andere oogziekten, waarbij klachten de patiënt vroeg genoeg waarschuwen, kan glaucoom bij gebrek aan tijdige opsporing evolueren naar blijvend en progressief zichtverlies, tot en met blindheid.
Primair open-hoek glaucoom
Dit is verreweg de meest voorkomende vorm. In een gezond oog wordt voortdurend kamervocht aangemaakt en afgevoerd, in een evenwichtige balans. Bij open-hoek glaucoom raakt dat evenwicht verstoord: er wordt te veel vocht geproduceerd of te weinig afgevoerd, waardoor de druk in het oog stijgt. Die verhoogde druk belemmert de bloedtoevoer naar de oogzenuw, wat resulteert in zuurstof- en voedingstekort, beschadiging van de zenuwvezels en uiteindelijk zichtverlies.
Daarnaast bestaat er ook secundair open-hoek glaucoom, waarbij de drukstijging het gevolg is van een andere oogaandoening of een trauma. En bij normotensief glaucoom ontstaat schade aan de oogzenuw terwijl de oogdruk ogenschijnlijk normaal blijft.
Gesloten-hoek glaucoom
Deze vorm komt veel minder vaak voor, maar is potentieel gevaarlijker omdat ze op korte tijd tot ernstig zichtverlies kan leiden. Men onderscheidt hierbinnen:
- Primair gesloten-hoek glaucoom: goed voor zowat 10% van alle glaucoomgevallen, doorgaans zonder duidelijke aanvankelijke klachten.
- Acuut gesloten-hoek glaucoom: een spoedgeval waarbij de oogdruk binnen enkele uren fors oploopt, soms tot boven de 50 mmHg. Dit veroorzaakt plots zichtverlies, hevige pijn en misselijkheid, en kan snel leiden tot ernstige en blijvende schade.
De oorzaak ligt in een gebrekkige afvoer van kamervocht via nauwe kanaaltjes. Mensen met een bepaalde oogbouw — vaak bij sterke verziendheid of een gevorderd cataract — hebben een vernauwing van die kanaaltjes en dus een verhoogd risico.
Met een gonioscopie (onderzoek via een speciale lens) kan de oogarts nagaan hoe vernauwd de afvoerkanaaltjes zijn en hoe groot het risico is. Bij een verhoogd risico wordt via een laser een kleine opening in de iris gemaakt (YAG-laser iridotomie) — een pijnloze ambulante ingreep zonder risico voor het zicht, die het risico op een acute aanval nadien nagenoeg tot nul herleidt.
Hoe stelt men glaucoom vast?
Naast de oogdruk zijn leeftijd, familiale voorgeschiedenis, etnische afkomst, bijziendheid, lage bloeddruk en diabetes belangrijke risico-indicatoren.
Een oogdruk boven 21 mmHg wordt beschouwd als een alarmsignaal. Toch is dat niet allesbepalend:
- Bij normotensief glaucoom is er wél schade, ondanks een oogdruk onder 21 mmHg.
- Bij oculaire hypertensie is de druk hoger dan 21 mmHg, maar is er (nog) geen schade aan de oogzenuw — hier is niet altijd meteen behandeling nodig, wel een verhoogde waakzaamheid.
Omdat glaucoom door meerdere factoren wordt bepaald, in het begin onopgemerkt blijft, maar wél goed te behandelen is bij tijdige opsporing, wordt aangeraden om vanaf 40 jaar geregeld de oogdruk te laten controleren — idealiter om de twee jaar. Is er glaucoom in de familie, dan is een jaarlijkse controle aangewezen.
Tijdens zo'n onderzoek bekijkt de oogarts niet enkel de oogdruk, maar ook de oogzenuw en het gezichtsveld, eventueel aangevuld met bijkomende metingen zoals corneale pachymetrie en papilbiometrie.
Maak een afspraak
Behandelingsmogelijkheden
Elke behandeling van glaucoom heeft hetzelfde doel: de oogdruk verlagen.
De eerste en meest gangbare stap. Er bestaan verschillende types druppels, elk met een eigen werkingsmechanisme en mogelijke bijwerkingen. Vaak is een periode van uitproberen nodig om te zien welke druppel(s) voldoende effect hebben én goed verdragen worden — soms is een combinatie van meerdere druppels nodig.
Via YAG-laser trabeculoplastie kan de werking van de afvoerkanaaltjes verbeterd worden, zodat meer kamervocht wordt afgevoerd. Deze ambulante ingreep houdt geen risico in voor het zicht, maar het effect is meestal tijdelijk (hooguit enkele jaren). Let op: dit is een andere ingreep dan de YAG-laser iridotomie die dient ter preventie van gesloten-hoek glaucoom.
Wanneer druppels en laser niet volstaan, of het glaucoom al ver gevorderd is, kan een operatie nodig zijn om het resterende zicht te vrijwaren. Diverse technieken bestaan, allemaal gericht op een betere afvoer van kamervocht. De ingreep gebeurt doorgaans onder lokale verdoving en kan, zoals elke operatie, gepaard gaan met complicaties (infectie, versnelde staarvorming, zichtverlies). Het effect houdt meestal meerdere jaren aan, en een nieuwe ingreep is slechts zelden nodig.