Beter zien zonder bril

Lens­vervangende chirurgie

Bij deze ingreep wordt de eigen lens vervangen door een kunstlens, en kunnen zowel myopie, hypermetropie, astigmatisme als presbyopie behandeld worden.

Deze chirurgie wordt vooral toegepast bij patiënten boven de 50 jaar met een matige tot uitgesproken bij- of verziendheid, al dan niet gecombineerd met astigmatisme, die meestal ook een leessterkte nodig hebben.

Ook wel refractieve lensexchange of clear lens exchange genoemd, verloopt deze ingreep identiek aan een cataractoperatie — met dat verschil dat er nog geen cataract aanwezig is, en dus een heldere in plaats van een vertroebelde lens wordt verwijderd.

Net als bij cataractchirurgie wordt de eigen lens vervangen door een kunstlens — meestal een multifocale, of een torische lens indien er ook astigmatisme aanwezig is.

Lensvervangende chirurgie
De ingreep

Vooronderzoek

Onderzoeken zoals biometrie, speculaire microscopie, topografie en funduscopie gaan na of er contra-indicaties zijn, en berekenen de vereiste sterkte van de te gebruiken (multifocale) kunstlens. Ook wordt bepaald welk type lens het meest geschikt is — een keuze die steeds vooraf grondig besproken wordt met het oog op optimale brilonafhankelijkheid en tevredenheid.

Contactlenzen moeten, net als bij andere ingrepen, tijdig uitgelaten worden (minstens één week voor zachte, één maand voor harde lenzen). Ook hier kan pupilverwijding nodig zijn, waardoor u tijdelijk waziger ziet en niet zelf mag rijden.

Verloop van de ingreep

De ingreep gebeurt ambulant, onder druppelverdoving, met desgewenst lichte sedatie of een korte volledige narcose. De procedure is identiek aan een cataractoperatie en duurt doorgaans niet langer dan 15 minuten. Beide ogen worden bij voorkeur met een week tussentijd geopereerd.

Nazorg

Het zicht herstelt spectaculair snel, meestal binnen 24 uur. Gedurende 4 weken worden antibiotische en cortisonedruppels gegeven ter bevordering van de genezing en ter bescherming tegen infectie. Sport, make-up en zware inspanningen zijn de eerste weken verboden. Controles volgen om het herstel op te volgen.

Risico's

Een lichte over- of ondercorrectie is met de huidige precieze technieken zeldzaam, en bijkomende chirurgie is slechts uitzonderlijk nodig. Afhankelijk van het gekozen lenstype kan soms toch nog een bril nodig zijn.

Multifocale lenzen brengen, in vergelijking met monofocale, een verhoogd risico met zich mee op bijwerkingen zoals verminderd contrastzicht, schaduwbeelden of halo's — bijwerkingen die afhankelijk zijn van het gekozen type en die doorgaans afnemen in de maanden na de ingreep.

Bij patiënten met sterke bijziendheid bestaat een licht verhoogd risico op netvliesscheurtjes of -loslating; een grondig vooronderzoek beperkt dit risico aanzienlijk.

Een tijdelijk verhoogde oogdruk wordt meestal succesvol met oogdruppels behandeld. Vochtophoping ter hoogte van het netvlies (maculair oedeem) is een zeldzame bijwerking die meestal enkele weken na de ingreep optreedt en het zicht tijdelijk vermindert, maar doorgaans spontaan of met medicatie herstelt.

Zoals na een cataractoperatie kan het lenskapsel na enkele jaren troebel worden (nastaar), wat ambulant en pijnloos met een laserbehandeling verholpen wordt.

Zoals bij elke oogingreep wordt aangeraden om bij twijfel — zeker bij een rood, pijnlijk of minder scherp ziend oog — contact op te nemen, of naar de spoeddienst van het ZAS Cadix-ziekenhuis te gaan.

Lensvervangende chirurgie